Het Paraplubestand: 'vlaggen’ alleen mogelijk met een correcte registratie.
Voor het behoud van Nederlandse zeldzame landbouwhuisdierrassen is het belangrijk dat bekend is waar deze dieren worden gehouden en hoeveel er zijn. Daarom worden dieren van zeldzame rassen gemarkeerd met een speciale vlag in het landelijke Identificatie & Registratiesysteem (I&R). Dit gebeurt via het zogenaamde Paraplubestand, dat wordt beheerd door de Stichting Zeldzame Huisdierrassen (SZH).
Door deze vlag zijn dieren van zeldzame rassen herkenbaar in het landelijke I&R-systeem. Dat is van belang voor regelingen die gericht zijn op het behoud van de rassen (GLB-subsidie ZLH) en bij dierziekte-uitbraken, waarbij soms andere maatregelen voor zeldzame rassen overwogen kunnen worden.
Tegelijk is het belangrijk te beseffen dat deelname aan het Paraplubestand alleen mogelijk is wanneer de dieradministratie volledig en correct op orde is. Dat vraagt inzet van zowel de dierhouder als de stamboekorganisatie.
Alleen dieren die aantoonbaar tot een zeldzaam Nederlands ras (runderen, schapen en geiten) behoren kunnen individueel worden gevlagd. In de praktijk betekent dit dat dieren:
- ingeschreven staan in de administratie van een erkend stamboek, en
- voldoen aan de regels van het betreffende (erkende) fokprogramma.
Bij erkende stamboeken worden raszuivere dieren opgenomen in de hoofdsectie van het stamboek. Dieren in een aanvullende sectie kunnen alleen worden gevlagd wanneer ze als minimaal 87,5% raszuiver staan geregistreerd. De stamboekregistratie vormt dus de basis voor opname in het Paraplubestand.
De verantwoordelijkheid van de dierhouder
Voor dierhouders die hun dieren willen laten vlaggen begint het proces met aanmelding bij SZH. Daarbij moeten onder meer het UBN, relatienummer bij RVO en de gegevens van het stamboek worden opgegeven. Daarnaast moet de houder SZH machtigen in het I&R-systeem om de vlag te kunnen plaatsen.
Minstens zo belangrijk is dat de houder zorgt voor een correcte en actuele dieradministratie. Dat betekent dat:
- dieren correct geregistreerd zijn in het I&R-systeem,
- de registratie bij het stamboek overeenkomt met de situatie op het bedrijf,
- aan- en afvoer van dieren tijdig wordt gemeld,
- en dat de houder zich houdt aan de reglementen van het erkende stamboek.
Wanneer deze registraties niet overeenkomen, kan een dier of eventueel alle dieren van de houder niet in het Paraplubestand worden opgenomen.
De rol van het stamboek
De stamboekorganisatie levert 4 keer per jaar de gegevens van dieren aan die volgens de stamboekregistratie voor vlaggen in aanmerking komen. SZH gebruikt deze gegevens om de dieren in het I&R-systeem te markeren.
Daarom is het essentieel dat de gegevens van het stamboek nauwkeurig aansluiten op de registratie in I&R, bijvoorbeeld wat betreft levensnummer en UBN.
Samen zorgen voor een betrouwbare registratie
Op basis van de aangeleverde gegevens worden dieren in het I&R-systeem gemarkeerd als behorend tot een zeldzaam ras.
Het Paraplubestand kan echter alleen betrouwbaar functioneren wanneer houder, stamboek en SZH goed samenwerken. Een correcte registratie - zowel in het stamboek als in I&R - is daarbij essentieel.
Maurice Vaessen - SZH - maart 2026
