Actueel
We nodigen jullie graag uit voor de excursie naar het biologisch melkveebedrijf Bouma-Wijnands in Idzegahuizen/Skuzum. De veestapel bestaat voor ongeveer een derde uit Roodbonte Friezen, een derde Fries-Hollands vee en ongeveer een derde kruisingen.
Op 14 en 15 september 2024 worden de 'Levend erfgoeddagen' gehouden.
Onze nieuwste aanwinst is Obe Cheeta. Samen met de BIO-KI zetten wij deze stier in.
Ferdinand Keulen was in 1957 één van de oprichters en eerste voorzitter van de VRF, Vereniging Roodbontfokkers in Friesland (de voorloper van onze stichting). Keulen heeft een fotoplakboek gemaakt van zijn Fries Roodbonte koeien, maar ook met foto’s van de jubileumkeuring van het FRS (Friesch Rundvee Stamboek) in Leeuwarden in 1959.
Introductie
Ontdek onze website en hérontdek het Roodbont Fries Vee!De Roodbonte Friese koe is een krachtige, sobere dubbeldoelkoe die uitstekend gedijt op een menu met veel ruwvoer.
Rivelino 712: Melktypische stier uit topkoe!
(Ook zeer geschikt op HF-koeien die een spiertje meer kunnen gebruiken, met nagenoeg behoud van productie.)
De stier Rivelino 712 komt gelijk op je af: een stier waar de keurmeesters van
onder de indruk waren.
Deze stier uit de fokstal van Endendijk uit Ermelo heeft een geweldig mooie afstamming: moeder Kate 883 RF en grootmoeder Kate 811 zijn koeien die veel melk combineren met extreem hoge gehalten. Deed grootmoeder Kate 811 het met goede gehalten (gemiddeld vet 4,49% en eiwit 3.89%), moeder Kate 883 deed er nog een flinke schep bovenop: gemiddeld vet 4,88% en eiwit 4,02%. Hele dikke melk dus. Daar bouwen we graag op verder.
Rivelino 712 is een goed ontwikkelde stier, die een pracht uiterlijk combineert met sterke benen en droog beenwerk.
De stier heeft al nakomelingen op het bedrijf van Endendijk: 7 pinken: Stuk voor stuk mooi gelijnde dieren. Ook weer met superbenen. Dieren die gemakkelijk oud kunnen worden.
Moeder Kate 883 is een koe met een geweldig grote inhoud, die veel ruwvoer kan verstouwen. Ook een kenmerk waar we op inzetten.
De stier heeft een volledig Rivelino-afstamming, die teruggaat op de oude
fokstal van topfokker van destijds: De Rivella-stal van Meekma.
Uniek vrij bloed in de populatie van de Fries Roodbonte koeien, maar ook binnen
de Fries Hollandse veestapel zorgt deze stier voor een mooie bloedspreiding.
Klik hier voor de folder van Rivelino 712.
In memoriam Jacob Reitsma
Medeoprichter van onze stichting overleden op 93-jarige leeftijd
In 1997 was Jacob een van de oprichters van onze stichting. Jacob heeft in zijn boerenleven veel betekend voor de Fries Roodbonte koe. Op zijn boerderij ‘Surfenne'in Allingawier heeft hij altijd oog gehad voor de Fries Roodbonten en heeft hij met succes vele stieren ingezet op zijn eigen bedrijf, maar ook voor de KI.
Zodoende konden ook andere veehouders gebruik maken van zijnfokkerijkwaliteiten. Ook in het bestuur heeft Jacob zijn steentje bijgedragen en de stichting mee vorm gegeven.
Wie zoekt in ons stierenboek vindt daar 14 Fries Roodbonte stieren
die door Jacob en zoon Siebe gefokt zijn.(De prefix-naam wisselde
soms nog wel eens: Surfenne, Surfinne of Servinne). Jacob heeft
zijn hele leven lang gewoond en gewerkt (in libben lang warber)
op de Surfenne-boerderij.Hij had oog voor de natuur en de wereld
om hem heen.
Mede door zijn inzet is de Fries Roodbonte koe van de ondergang gered.
De 14 stieren die gefokt zijn op ‘Surfenne' zijn:
Gerben (de eerste kampioensstier die Reitsma fokte) |
Surfenne Cornelis |
Surfenne Frank |
Surfenne Douwe |
Surfenne Romke |
Surfinne Jetze |
Surfenne Jorrit |
Surfenne Feike |
Surfenne Pier |
Surfenne Sietse |
Surfinne Lammert |
Surfenne Tjerk |
Servinne |
Sven, momenteel de hoogst verervende INET-stier binnen onze stierenpopulatie |
We wensen zijn vrouw Klaaske en zijn kinderen, ‘pakesizzers' en ‘oerpakesizzers' veel sterkte met het verlies van hun markante man, vader en pake.
Het bestuur St. Roodbont Fries Vee
De Coöperatie BIO-KI en de St.
Roodbont Fries Vee hebben weer gezamenlijk een stier ingezet:
OBE CHEETA FAN ‘E MAAITIID
Deze stier combineert
veel ‘oud bloed' en brengt daarmee nieuw bloed in de fokkerij.
Biologisch-dynamisch
boer Jaring Brunia (http://boerbrunia.nl/)
is de fokker van Obe Cheeta. ‘Boeren zoals de natuur het bedoeld heeft' is een
van de drijfveren van Jaring en daar past hij zijn bedrijfsvoering en fokkerij
op aan.
Door de samenwerking van de Coöperatie BIO-KI en de St. Roodbont Fries Vee hebben we de mogelijkheid om een extra stier in te zetten, die zowel bij onze boeren als bij de brede groep Bioboeren ingezet kan worden. Een samenwerking die al eerder gestalte kreeg met de gezamenlijke inzet van de stier BIO Skúster Marten. BIO Skúster Marten is goed gebruikt en er komen mooie koeien van. We verwachten dat de stier Obe Cheeta ook goed gebruikt gaat worden.
Meer info over de stier Obe Cheeta - en al onze andere stieren - vindt u bij de downloads onder aan deze pagina.
De Coöperatie BIO-KI en de St. Roodbont Fries Vee zijn beide al ruim 30 jaar actief in de fokkerij van en voor de Nederlandse boer. Samen trekken we nu op om zowel de BIO-stieren als de Fries Roodbonte stieren ‘op de kaart' te zetten.
Aantal Fries Roodbonte koeien op hoogste niveau in vijftig jaar: 839 koeien
Het aantal Fries Roodbonte koeien is in de laatste vijftig jaar nog nooit zo hoog geweest: 839 vrouwelijk dieren. Dit is een geweldig mooi resultaat en daar heeft u mede voor gezorgd. Prachtig!
In 1993 waren er nog maar 17 raszuivere koeien over en nog maar 1 stier: Gratema Wiisnoas. Dankzij de inspanning van onze stichting en de inzet van onze boeren groeit het aantal koeien elk jaar. Het wordt steeds roder in de wei. En daar zijn we erg blij mee. We zien dat ook terug in het gebruik van de Fries Roodbonte stieren. Dat neemt ook flink toe. Er zijn ook steeds meer nieuwe boeren die de Fries Roodbonte koe ontdekken. Op steeds meer bedrijven lopen er een paar rond. Een mooie ontwikkeling.
Bij de grafiek: een forse stijging van
het aantal Fries Roodbonte koeien in de afgelopen dertig jaar.
* Het aantal vrouwelijke dieren was in 2016 fors lager, dit kwam door de
invoering van de fosfaat-wetgeving, waardoor een aantal veehouders afscheid nam
van de Fries Roodbont koeien.
Omrop Fryslân maakte een reportage van het eerste in Friesland Erkende Fokcentrum van de Fries Roodbonte koe en de enorme stijging van het aantal vrouwelijke dieren.
Of in het fries:
https://www.omropfryslan.nl/fy/nijs/16085602/fryske-readbunte-kij-fan-utstjerren-reden-it-is-echt-in-ikoan
Het is niet de eerste keer dat de Friese Roden in mineur waren en toch weer van de ondergang gered werden. In onze 1e nieuwbrief die in maart 2013 verscheen schreef Reimer Strikwerda het volgende:
Historie Friese Roodbonten
Het was niet toevallig dat op de vergadering van het drie jaar eerder opgerichte Friesch Rundvee Stamboek van 20 mei 1882 werd besloten drie aparte boeken aan te houden: een voor zwartbonten, een voor roodbonten en een voor gemengdkleurigen. Het laatste zou maar een hele korte geschiedenis kennen. Op de vergadering in Leeuwarden waren Amerikaanse importeurs van Friese koeien aanwezig en ze hadden nadrukkelijk aangedrongen op het besluit. Ze wilden zeker weten dat hun duurbetaalde ingevoerde koeien van gegarandeerde zwartbonte komaf waren. Daarmee dreigden de weinige roodbonten dus in het verdomhoekje te raken, want veel prille stamboekboeren hadden tussen hun zwartbonten een paar roodbonte koeien lopen.
Een halve eeuw eerder was het nauwelijks anders. Dat blijkt uit de dagboekaantekeningen van de Wirdumer boer Doeke Wijgers Hellema, evenals enkele van zijn buren, houder van roodbonte Friese koeien. Waarom? Hellema: ‘Alleen daarom dat zulks vee altoos bij de familie werd gehouden, onverschillig of het licht, doch liefst donker roodbont zij.'
Hellema bleek in 1828 helemaal niet ingenomen met die kwetsbare positie van de (weinige) roodbonten, want ook toen - nog zonder die aandrang van de Amerikanen - zag hij al dat de opmars van de zwartbonten niet te stoppen was. ‘Dit wordt zoo ver doorgedreven dat men vaak spot met het vee, hoe schoon van statuur ook, welke anders gehaard zijn', klaagde de Wirdumer boer.
Roodbont Fries vee werd, dat was duidelijk, gehouden door maar enkele families van vaak eigenzinnige veehouders. Zoals Jouke Sjoerds Gerbrandy in Goëngamieden, die in zijn dagboek ook vol lof schreef over zijn roodbonte koeien. Hij moet geschrokken zijn toen het Friese stamboek in 1919 besloot het hulpboek voor stieren te sluiten. Daarin werden namelijk vooral roodbonte stiertjes uit zwartbonte ouders (met de roodbontfactor, zo zou later blijken) ingeschreven: de redding van het ras. Het was niet toevallig dat bij de weinige stierenverenigingen met ‘roodbonte' leden hulpboekstieren beschikbaar waren: ze zorgden minstens voor bloedspreiding. De laatste ingeschreven hulpboekstier heette niet toevallig Vondeling: het was een publiek geheim dat zulke kalveren door eigenaars van zwartbonte koeien letterlijk werden verdonkeremaand, te vondeling werden gelegd. Want het stamboek wilde deze bastaards vanaf 1919 niet meer erkennen.
Maar deze Vondeling 176 H-R FRS zou wel de centrale stamvader worden van alle zuivere Friese roodbonten.
Meint Postma, Ferdinand Keulen en Sjoerd Gerbrandy - redders in de jaren vijftig
In de jaren vijftig van de vorige eeuw was het een aantal volhardende veehouders die ook toen de schouders eronder zetten en het ras redde. De oprichting van de Vereniging van Roodbontfokkers in Friesland, de VRF, in 1957 betekende een belangrijke stimulans voor de fokkerij van de Friese roodbonten. Het was een heel klein aantal doorzetters dat het ras van de werkelijke ondergang heeft gered. De belangrijkste onder hen was zonder twijfel Meint Tjallings Postma uit Legemeer. Bij de oprichting van de VRF werd Ferdinand Keulen uit Rotsterhaule voorzitter en Sjoerd Gerbrandy uit Goënga secretaris. Ze vormden ook de kern van de nieuwe organisatie van zo'n vijftig veehouders, die soms enkele roodbonten hielden of een hele veestapel met roodbonten hadden.
Kees Iepema, Sjoerd Zwaagstra, Hessel Bouma, Gerben Engwerda, Jacob en Siebe Reitsma waren oprichters van de huidige "Stichting tot behoud van het Roodbonte Friese Rundveeras". Deze stichting werd in 1993 opgericht toen men ontdekte dat er nog maar 17 Fries Roodbonte koeien over waren. Ze hebben veel werk gedaan om te inventariseren en stimuleren dat het ras behouden zou worden. Ook hebben ze een aantal nieuwe stieren gezocht en ingezet. Dat vormde de basis van het huidige succes, waarop wij nu verder bouwen.
Groter Aantal fries roodbonte koeien en toenemende tendens om Holsteins in te kruisen met Fries roodbont
Medio september 2022 hebben we het CRV en het FHRS gevraagd om de aantallen koeien met Fries Roodbonte afstamming. Hieronder staat de tabel met de aantallen, hierin zijn alle vrouwelijke dieren van kalf tot oudere koe meegenomen. Er zijn in totaal 822 dieren (720 + 102) die 87,5% of meer Fries Roodbont bloedvoering hebben. (Ze staan bij de stamboeken te boek als Fries-Hollands met RB - haarkleur RB Roodbont).
Mooi is ook het aantal dieren met 50% bloedvoering. Veelal zijn dit dieren die teruggefokt worden vanuit de Holsteinfokkerij. Een ontwikkeling die de afgelopen jaren ingezet is. De Fries Roodbonte stier past goed op een Holstein koe die net even te weinig bespiering heeft en de Fries Roodbonte kalveren worden doorgaans heel vlot geboren. De stier Jetse Goasse is een voorbeeld van een stier die kalveren geeft die heel gemakkelijk geboren worden. Hij mag met recht een pinkenstier genoemd worden.
Originele Zeldzame runderrassen zijn meer geschikt voor kringlooplandbouw dan de gemiddelde Holsteinkoe
Boeren met
van oorsprong Nederlandse runderrassen geven aan dat hun koeien robuuster zijn
dan Holsteinkoeien. Ze kunnen beter omgaan met een lagere voerkwaliteit (veel
gras in het rantsoen), gezonder zijn, weinig gezondheids- en afkalfproblemen en
minder dierenartskosten hebben. Boeren met dit vee geven aan dat ze afhankelijk
van het bedrijfssysteem voldoende rendement kunnen halen. Dit blijkt uit een inventarisatie
van de Wageningen UR.
In opdracht van de Wageningen University & Research (WUR) Wetenschapswinkel is op verzoek van Stichting Zeldzame Huisdierrassen door Wageningen Livestock Research en verschillende studenten gekeken naar kenmerken van Nederlandse zeldzame veerassen die van meerwaarde kunnen zijn in agro-ecologische landbouw. Het doel is om de meerwaarde van deze rassen en hun mogelijke rol duurzame voedselsystemen te kunnen onderbouwen met wetenschappelijke resultaten. Verondersteld wordt dat de van oorsprong Nederlandse landbouwhuisdierrassen, eeuwenlang gefokt en aangepast aan lokale omstandigheden een rol kunnen spelen in agro-ecologische systemen.
Alle houders van zeldzame Nederlandse runderrassen geven aan dat hun ras robuuster is in vergelijking met het Holstein-ras en ook beter kan omgaan met voer van lagere kwaliteit. Door de voedingsexpert werd bevestigd dat de energiebehoefte voor onderhoud van hedendaags melkvee hoger is geworden, dat het voer een hogere energiedichtheid moet hebben (WUR, 2020). Bij een vergelijking van productie en andere kengetallen bleek dat de rassen minder melk gaven, met hogere gehalten en ook meer buiten werden gehouden dan de gemiddelde Holstein-koe. Houders van de Nederlandse zeldzame rassen gaven ook aan dat hun koeien weinig afkalfproblemen hebben, weinig gezondheidsproblemen geven en dus lagere veterinaire kosten hebben. Deze kenmerken werden door wetenschappelijke experts bevestigd.
De grotere robuustheid maakt de zeldzame Nederlandse rassen meer geschikt voor kringlooplandbouw dan de gemiddelde Holsteinkoe. De Holsteinkoe is geselecteerd is om meer energie voor melkproductie te mobiliseren. Bij minder optimale omstandigheden gaat ze wel minder melk produceren, maar dan kan een negatieve energiebalans ontstaan en daarmee samenhangende gezondheidsproblemen. Omdat de genetische aanleg voor een hoge productie samengaat met een herverdeling van energie van onderhoud naar melkproductie vraagt dit extra inspanningen om problemen te voorkomen. Aanvoer van voldoende (kracht)voer is dus noodzakelijk voor de Holsteinkoe.
De zeldzame Nederlandse rassen kunnen beter toe met sobere rantsoenen en aanvoer van voer van buiten het bedrijf of regio is minder noodzakelijk. En de rassen zijn minder kwetsbaar bij wisselende en minder optimale omstandigheden. Daarentegen kan de lagere productie van de Nederlandse zeldzame rassen kan een uitdaging zijn, maar de geïnterviewde houders laten zien dat er zeker mogelijkheden zijn voor voldoende rendement met deze rassen, afhankelijk van het bedrijfssysteem.
Voor de vier onderzochte diersoorten (rund, schaap, geit en paard) geldt voor alle zeldzame Nederlandse rassen dat ze unieke kenmerken bezitten. Voor een aantal hiervan geldt dat ze deze rassen geschikter maken voor natuurinclusieve kringlooplandbouw dan de dominante hoogproductieve rassen. Dit zijn vooral kenmerken als robuustheid (om kunnen gaan met veranderende omstandigheden), verminderde kwetsbaarheid en toekunnen met een karig rantsoen waarvoor minder of geen krachtvoer of (kunst)mest van buiten het bedrijf aangevoerd hoeft te worden.
Met name bij runderen, heideschapen en landgeiten worden deze kenmerken al benut voor een meer natuurinclusieve landbouw en liggen er volop kansen voor deze rassen bij een transitie naar agroecologische landbouw.
Met name bij runderen is er veel onderzoek gedaan. Voedingsonderzoek laat zien dat de energiebehoefte voor onderhoud van hedendaags melkvee hoger is dan in 1975: lacterende koeien hebben gemiddeld 16% meer metaboliseerbare energie per kg lichaamsgewicht nodig voor onderhoud dan een halve eeuw geleden en droge koeien vragen zelfs 26% meer energie. In overzichten van de verschillende rassen met fokwaarden per jaar (CRV, 2020a) is te zien dat voor melkproductie de Holsteinstieren veel hoger scoren dan de andere rassen, maar dat het verschil voor vruchtbaarheid en gezondheid veel kleiner is. De fokwaarden worden berekend ten opzichte van een verschillende basis voor de lokale dubbeldoelrassen in vergelijking met het Holsteinras (CRV, 2020b). Bij een vergelijking van de basis is ook hier te zien dat de melkproductiekenmerken voor Holstein op een veel hoger niveau liggen, gezondheidskenmerken op een vergelijkbaar niveau en vruchtbaarheid iets lager.
Binnen de Holstein is opvallend dat de levensvatbaarheid van kalveren (een aspect van vruchtbaarheid) lager is in de traditionele graslandgebieden (bijvoorbeeld in Friesland en in het noorden van Noord-Holland) op klei en laagveen (Pellikaan et al. 2014). Mogelijk kunnen verschillen in vruchtbaarheid tussen zeldzame rassen en Holstein groter zijn in sommige gebieden of bij sommige rantsoenen van de koeien.
Bron: Centrum voor Genetische Bronnen Nederland, 12-4-2021
link naar de website van CGN WUR:
Kenmerken van zeldzame landbouwhuisdierrassen in agro-ecologische landbouwsystemen - WUR
link naar het document:
https://www.wur.nl/nl/project/Kenmerken-zeldzame-rassen-in-agro-ecologische-landbouwsystemen.htm
Gezocht: ideale
veenweide koe...
In de Leeuwarder Courant (21 januari 2021) staat een artikel met als kop: "Gezocht: ideale veenweidekoe". Licht, en toch robuust, niet bang voor nattigheid en productief op een rantsoen met armer gras, dat is het profiel van de ideale veenweidekoe.
Gezocht? Maar die
hoeven we niet meer te fokken! Die is er al: De Fries Roodbonte koe.
Zij
beleeft op dit moment een revival en deze hernieuwde belangstelling is terecht.
Het is, zoals de houders van deze mooie koe wel weten, een koe die uitstekend
past op bedrijven met een sobere bedrijfsvoering. Zij past goed op de boer en
op zichzelf: een goede benutting van het wat gras, in combinatie met een hoge
gezondheid (heel weinig gezondheidskosten) en een uitstekend voerrendement. Met
een vruchtbaarheid waar je U tegen zegt. De boer heeft er jarenlang plezier
van. En, ook niet onbelangrijk, een hele prettige koe om mee te werken, van te
genieten zou ik zeggen.
"Er ligt nog geen koe op de tekentafel". Nee dat hoeft ook niet. Kijk naar wat onze voorouders in de loop van de eeuwen hier in Nederland gefokt hebben. De originele Nederlandse koeienrassen zijn ‘ontwikkeld' voor de Nederlandse omstandigheden. Ja, met de komst van de kunstmest, de maisteelt én het krachtvoer uit het buitenland is de Holstein koe naar Nederland gekomen. Die wist en weet daar wel raad mee. Naar de toekomst toe zal dit veranderen. De kunstmest (wordt gemaakt van heel veel fossiele brandstof) zal naar de achtergrond verdwijnen, met als gevolg een wat lagere grasopbrengst, met ietwat lagere voederwaarde. Voeg daarbij de verminderde import van krachtvoedergrondstoffen vanuit de hele wereld (nu al de eis van 65% eiwit van eigen land) en zie dat is ‘voer' voor de originele Nederlandse koeienrassen. De Fries Roodbonte koe is daar een schoolvoorbeeld van.
Dus ga vooral door met zoeken en neem deze mooie toppers van de toekomst mee in het onderzoek.
Wil je niet wachten op dat onderzoek: Kies dan nu al voor de Fries Roodbonte Koe.
Oh ja, we hebben ook
weer een nieuwe stier ingezet:
Jelle 3. Klik hier voor meer informatie over deze stier , uit de
koe Jeltje 250. Een prachtig sterke koe met uitmuntende gehalten aan vet en
eiwit in de melk.
Kijk voor meer stieren: Vrij
verkrijgbare stieren - Stichting Behoud Roodbont Friese Vee
(roodbontfriesvee.nl)
Aantal Fries Roodbonte koeien groeit gestaag naar een topniveau van 778 vrouwelijke runderen
Het aantal Fries Roodbonte koeien groeit gestaag. Waren er in 1997 nog slechts 17 stamboek-geregistreerde koeien, in 2014 waren er ruim 600 (met een dip na de fosfaatregeling in 2015 naar ruim 500) en in augustus 2020 is het aantal gestegen tot 778 stamboek S-geregistreerde dieren (>87,5% Fries Roodbont). Dit is het hoogste aantal sinds 1997.
De stichting Roodbont
Fries Vee heeft zich ingezet om de Fries Roodbonte koe onder de aandacht te
brengen. Dat is onder andere gedaan door promotie en publiciteit. Er zijn een
aantal bedrijven stamboeklid geworden en met DNA-analyse zijn een aantal koeien
S-geregistreerd. Daarnaast wordt jaarlijks een nieuwe stier ingezet als
KI-stier. Deze KI-stieren worden royaal gebruikt. Sperma van de Fries Roodbonte
stieren is inmiddels verkrijgbaar bij meerdere KI's en dat maakt het
makkelijker om de stieren te gebruiken. We zien ook toenemende belangstelling
uit het buitenland voor het sperma van deze stieren, dat geeft aan dat het een
springlevend ras is waar toekomst in zit. Ook zijn er jonge boeren die Fries
Roodbonte koeien zijn gaan houden en ervan zijn gaan houden. Dat juichen we
van harte toe!
De Fries Hollandse koe en de Fries Roodbonte koe zijn uitermate geschikt op
bedrijven die veel of uitsluitend gras voeren, zeker als het bemestingsniveau en
het krachtvoerniveau ook nog eens laag is, dan blijken deze koeien uiterst
efficiënt te zijn. Ze passen in zo'n bedrijfsvoering. Ze passen én op de boer
én op zichzelf, waardoor ze gemakkelijk oud kunnen worden. Hierdoor hoeft de
boer minder jongvee aan te houden per aanwezige melkkoe. Er blijven dan
vaarskalveren over voor de verkoop aan andere veehouders. Wat verder opvalt is
dat er steeds meer Fries Roodbonte koeien gehouden worden op biologische
melkveehouderijen, zorgboerderijen en bij hobbyboeren. Deze robuuste koe, met
een fijn karakter, past ook op deze bedrijven.
Kruisen met Fries Roodbont
We zien ook een sterke toename van 50% Fries Rode kalveren. Veelal een kruising van een Fries Rode stier op een Holsteinveestapel. Het aantal kruislingdieren met 50% Fries Roodbont is nu op 358 S- en C-geregistreerde dieren uitgekomen. Het lijkt een trend te worden om Fries Hollandse en Fries Rode stieren te gebruiken op Holsteinbedrijven. Een trend die zich vooral de laatste jaren voordoet en door lijkt te zetten. In de vorige Fries Hollandse Koekrant stond een mooi artikel hierover.
S- en C-registratie en percentage onbekend
Een punt van aandacht is de stamboekregistratie. Uit de overzichten die we van CRV en het FHRS ontvangen hebben, zien we dat de aantallen dieren met een C-registratie nog wel aanzienlijk is (bijna 25%). We willen de veehouders er dan ook graag op wijzen dat een juiste registratie van groot belang is.
Er moet aan een aantal voorwaarden voldaan worden om een koe S-geregistreerd te krijgen, bijvoorbeeld: "De geboortemelding van kalveren dient plaats te vinden binnen drie werkdagen na de geboorte".
Als een stier samen geweid wordt met de koeien of pinken is het van groot belang dat de start- én eindedatum van het samenweiden goed geregistreerd wordt bij het stamboek.
Daarnaast zijn er eisen aan de afstamming.
"Afstammingseisen voor S-registratie van vrouwelijke runderen:
- De vader moet in het stamboek zijn geregistreerd.
- Indien de vader een KI-stier is, dient ten behoeve van Afstammingsverificaties van nakomelingen, een DNA-profiel beschikbaar te zijn.
- Aan de moeder worden geen stamboekeisen gesteld, de moeder moet wel geïdentificeerd en bekend zijn.
Een vrouwelijk dier dat niet voldoet aan bovenstaande eisen wordt ingeschreven met een C-registratie."
Voor mannelijke dieren zijn de eisen strenger.
"Afstammingseisen voor S-registratie van mannelijke runderen:
- De vader moet in het stamboek zijn geregistreerd en zijn afstamming moet geverifieerd zijn door middel van DNA- en/of bloedgroepenonderzoek.
- Indien de vader een KI-stier is, dient ten behoeve van Afstammingsverificatie van nakomelingen een DNA-profiel beschikbaar te zijn.
- De moeder moet in het stamboek S- geregistreerd zijn.
Een mannelijk dier dat niet voldoet aan bovenstaande eisen wordt ingeschreven met een C-registratie."
Samen zorgen we ervoor dat deze mooie koe een goede toekomst tegemoet gaat, een koe waar de boer goed mee kan boeren en trots op kan zijn!
Durk Durksz
Voorzitter Roodbont Fries Vee.
|
Deze webstie van het Roodbont Fries Vee is mede mogelijk gemaakt met steun van de
provincie Fryslân .